Smaakprofiel
Complex · Elegant · Zoet · Zuiver · Fris · Citrus · Perzik · Jasmijn · Bergamot · Licht · Zijdezacht mondgevoel
Een zijdeachtige, intens geurige koffie. Floraal door tonen van jasmijn en bergamot, aangevuld met elegante citrus en uitgesproken accenten van honing, perzik en abrikoos. Het resultaat is complex en bijna theeachtig, met een zuivere aciditeit die mooi in balans is. Geliefd bij koffieliefhebbers vanwege haar verfijnde elegantie.Drinkadvies
Filterkoffie
Door het lichte, florale en theeachtige karakter komt deze koffie het beste tot zijn recht in een filtermethode. De papieren filter houdt oliën en fijne deeltjes tegen, waardoor de heldere aciditeit en de delicate aroma's van jasmijn, bergamot en perzik maximaal naar voren komen.
Voor een Hario V60: gebruik een verhouding van 1:16, bijvoorbeeld 14 gram koffie medium-fijn gemalen op 240 ml water. Voor een Chemex: 1:17, met 30 gram koffie medium-grof gemalen op 450 tot 510 gram water. De Chemex haalt door zijn dikkere filter zelfs de laatste bitterheid weg en accentueert de zoetheid van perzik en abrikoos.
Espresso
Ook als espresso is deze Sidamo de moeite waard, mits je de instellingen aanpast. Gebruik een ruimere ratio (1:2,3 tot 1:2,5), een fijnere maling en een iets hogere brewtemperatuur (93-95 °C). Zo balanceer je de stevige aciditeit met de honingzoete tonen.
Koffie-spijs
Door het elegante, fruitige karakter past de Suke Quto het best bij gerechten die de subtiele tonen niet overstemmen. Denk aan citroentaart, abrikozenvlaai of een fruitsalade met verse munt en een drupje honing. Ook madeleines, shortbread of witte chocolade werken mooi. Een hartige verrassing: zachte geitenkaas met honing.
Over deze koffie
Een biologische farm in het Ethiopische hoogland
De Suke Quto-koffie groeit in het zuiden van Ethiopië, op de heuvels en in de valleien van Odo Shakisso, een district in de Guji-zone. Op extreme hoogtes tussen 1.800 en 2.200 meter boven zeeniveau, op vruchtbare vulkanische bodem en in de schaduw van inheemse bomen, rijpen de koffiebessen langzaam. Dat trage rijpingsproces is de basis voor het complexe, florale smaakprofiel waar deze koffie om bekendstaat.
De farm zelf beslaat ruim 220 hectare en wordt geleid door Tesfaye Bekele, een pionier die de koffieteelt in deze regio op de kaart heeft gezet. Daarnaast werkt Suke Quto samen met meer dan 270 lokale boeren in de omgeving, die hun bessen aanleveren bij het centrale wasstation.
Sidamo of Guji?
Op het etiket staat Sidamo, maar technisch gezien ligt Suke Quto in de Guji-zone, vlak over de grens. Hoe dat zit: in het Ethiopische handelssysteem werden lange tijd verschillende regio's, waaronder Guji en zelfs Yirgacheffe, onder de verzamelnaam Sidamo verkocht. De naam is daardoor wereldwijd ingeburgerd geraakt voor koffies met dit verfijnde, florale karakter. Tegenwoordig is volledige traceerbaarheid weer mogelijk, en wordt Guji steeds vaker apart genoemd. Smaakprofielen van Guji en de aangrenzende Sidama-regio liggen dicht bij elkaar, vandaar dat ze nog regelmatig samen worden genoemd.
De variëteiten: Kurume en Welicho
De meeste Ethiopische koffies worden simpelweg gelabeld als Heirloom, een verzamelnaam voor duizenden wilde inheemse variëteiten. Tesfaye Bekele heeft op Suke Quto bewust gekozen voor twee specifieke selecties die uitstekend gedijen in deze bodem en hoogte: Kurume en Welicho.
Kurume is een van de meest gewaardeerde inheemse Ethiopische variëteiten. De bomen zijn klein, met kleine bladeren en bessen, en staan bekend om hun verfijnde, florale smaakprofiel. Welicho (ook wel Wolisho) heeft grotere bladeren en bessen, en geeft de koffie haar structuur en body. De combinatie zorgt voor het herkenbare Suke Quto-profiel: de florale jasmijn en citrus van Kurume in balans met de volle, zoete afdronk van Welicho.
De verwerking: gewassen methode
De Suke Quto wordt verwerkt volgens de gewassen (washed) methode, de gouden standaard voor koffies waarbij elegantie en helderheid centraal staan. Direct na aankomst bij het wasstation worden de handgeplukte bessen ontpulpt: de schil en het meeste vruchtvlees worden verwijderd. Wat overblijft is de boon, omgeven door een suikerlaagje dat mucilage heet.
Daarna volgt een fermentatie van 35 tot 48 uur in waterbassins. Op deze hoogte verloopt het proces langzamer dan elders door de koelere nachten, wat bijdraagt aan de complexe aciditeit. Vervolgens worden de bonen door lange waterkanalen geleid, waarbij ze worden gesorteerd op dichtheid: de zwaarste bonen, de beste kwaliteit, zinken naar de bodem. Tot slot drogen de bonen 12 tot 16 dagen op verhoogde Afrikaanse droogbedden, waar ze regelmatig worden omgekeerd voor een gelijkmatige droging. Het resultaat is een zeer schone, sprankelende kop met thee-achtige structuur en zuivere tonen van citrus, jasmijn en perzik.